Horen wat je niet ziet

Verzinnering: Nokia 3310
Verzinnering: Nokia 3310
Verzinnering: Nokia 3310

Houdt een potlood dwars in je mond, zodat je mondhoeken omhoog krullen alsof je glimlacht, en je wordt vrolijker.

Begin hard te lachen, en je humeur gaat omhoog. Ook die van je omgeving trouwens. Dat kan zijn omdat ze keihard mee moeten lachen, of omdat ze je gewoon uitlachen. Het effect is hetzelfde: kans op een slappe lach en een verloren middag op kantoor.

Zou dat zo ook werken met zorgen? Dus dat je fronst omdat je tegen de zon inkijkt en je dan ook zorgen gaat maken? En waar maak je je dan zorgen over, of kun je je gewoon zo voelen zonder dat er een aanleiding voor nodig is, net zoals bij het lachen door een potlood? Knijpende ogen, kraaienpootjes in je ooghoeken, en een frons op je voorhoofd. Ook iets om je überhaupt zorgen over te maken, zoveel dat steeds meer mensen botox laten zetten.

Nog geen sms of telefoontje. Het is veilig om te stellen dat de frons op het voorhoofd misschien kwam door iets anders, nu is het wel door de zorgen. Zouden die mensen met botox ook minder zorgen hebben? Of zelfs minder emotie, nu ze een stuk minder expressief zijn? Aan de telefoon kun je zoiets niet zien. Je hoort hoogstens de ander ijsberen. Het geslurp van stiekem aan zijn koffie lurken. Pratende collega’s en getik bij een callcenter. Dat zou een apart gesprek worden als je vraagt naar de klanken in de stem en de geluiden rondom.

Hoi, hoe kijk je nu? 
Nee, niet wat je ziet, maar heb je je ogen helemaal open? En frons je?
Ik hoor getik. Ben je het gesprek op aan het schrijven?
Die koffie, kunnen we die niet eens samen doen in plaats van nu bellend?
Zeg, bel je voor jezelf, of in opdracht? Werken je collega’s niet door?
Ik denk dat je even moet lachen. Klopt dat?

Bellen is maar raar. En het kon nu zelfs overal. Zonder telefooncel. Lopend over straat, wachtend op de trein. Wachtend op een belletje, wat vroeger alleen thuis of op kantoor kwam. Met nieuws dat daarna nog bevestigd werd per fax. Het leven was een stuk rustiger, zo leek het. Pas op kantoor, aan je eigen bureau, pas dan kwam het gerinkel of het schrijven binnen.

Heel anders dan nu, die onrust, de hele dag lang. Wachten op het nieuws. Neem je de telefoon mee naar de kantine? Naar de WC? En dan? Als hij dan rinkelt? Het geluid op de WC is toch echt anders dan in een kamer. Meer echo, en bedompter. Zou de ander kunnen horen dat je net, nou, iemand anders aan de lijn hebt of net een uitgebreide fax hebt verstuurd?  Stel dat iemand anders daar ook zo over nadacht en bevestiging zocht naar wat hij hoorde maar niet zag?

Opgelucht?
Eh, hoe bedoel je?
Nou, ik hoor wat galmen. En een kleine rimpel in het geluid. Voel eens aan je voorhoofd?
Mijn voorhoofd? He?
Wedden dat er zweetdruppels op staan?
Zeg!
Kom, toch niets menselijkers dan dat. Maar waarom neem je de telefoon op op de WC?

Ja, ehm, hoeft dat dan niet? Is er een soort etiquette? Een telefoon etiquette. Dat je niet hoeft op te nemen op het kleinste kamertje. En dat je ook niet gaat vragen naar wat je hoort maar niet ziet.

Wat je hoort maar niet ziet. Is dat net zoiets als tussen de regels doorlezen? Precies andersom van wat je ziet maar niets van hoort. Wat men je niet wil vertellen maar overduidelijk te zien is. Publieke geheimen, het kantoor zat er vol mee. Je dacht niets meer te missen met die mobiele telefoon, alleen lijkt het nu alleen maar erger te worden. Je hoort zoveel dat je niet meer weet wat waar is en wat niet.

He, het scherm licht op. Eindelijk!

Ow.

Batterij leeg. Rust.

Deze verzonnen herinnering hoort bij de reeks Verzinneringen.

Lees ook:

Geef een reactie