Kastanjebloesem

Verzinnering - Garbage Pail Kids

Verzinnering: Garbage Pail Kids

De bel klingelde! Eindelijk, pauze! Hij was als eerste op het omheinde schoolplein. Zonder om te kijken wie hem volgde, rende hij naar de vaste plek bij de dikke beukenboom. Het was dat hij nog een kind was, anders leek het net op de pauze in de Bijlmerbajes.

Meer kinderen kwamen vol gas naar de boom gesprint. Hun handen diep in de jaszakken… Alsof ze de schimmige figuren op de Eindhovense Vestdijk waren. Klaar voor de volgende drugsdeal, luidruchtig roepend naar potentiële klanten. De handelswaar was dan ook gewild: De beste stickers waren zeldzaam.

Junkfood John! Luke Puke!

Ze riepen door elkaar heen, niet elkaars namen, maar die van de meest gewilde stickers. Hijzelf wilde alleen de hele bijzondere. Delen of gunnen was er niet bij, de ruilhandel op het schoolplein was keihard. En de tijd beperkt. Strak na 15 minuten jaagden hun bewakers iedereen weer naar binnen. De meester riep hem bij naam, hij had de schoolbel niet eens gehoord. Overstemd door Sander, die net zijn gewenste Slobby Robbie voorbij zag komen in de stapel.

In de klas was het verdacht rustig. Geen geluid, maar veel spiedende blikken. Ook tussen hem en Sander. De ruil was bruut onderbroken, maar hij wilde Slobby Robbie niet zomaar kwijt. Dat zou hij na school nog wel even fijntjes duidelijk maken. Ondertussen ging de les weer verder. Jaartallen. Spanjaarden. Willem I. Saai. Daarna nog rekenen en dan eindelijk naar huis. Het was woensdag, een halve dag.

Langs de weg naar huis stonden hoge kastanjebomen. De stammen minstens een meter in doorsnede. Daaromheen een dikke, bruine brei van gevallen bloesem. Hij schopte er een beetje tegen, wachtend op Sander. Die moet dezelfde kant, hij woonde vlakbij. Net voordat Sander bij hem was, zag hij wat glinsteren… Geld! Hij dook in de bruine drab. Een gulden! Precies genoeg voor een nieuw setje Garbage Pail Kids!

Aspergeveld in Brabant

Hij sprintte weg, Sander kwam direct achter hem aan en riep dat hij moest wachten. Terwijl hij tussen de bomen door rende hoorde hij een ijselijke gil. Sander was plat op zijn bek gegaan. Hij rolde op zijn rug, de kastanjeprut op zijn gezicht, en kermde als een levensechte Garbage Pail Kid. Van binnen lachte hij en dacht er al niet meer aan toen hij de winkel binnen kwam. Op naar het volgende setje stickers, misschien zat hier wel Armpit Britt tussen. Met zijn nieuwe pakje in zijn handen liep hij de winkel uit. Geen Sander te zien. Boeiend, morgen op school zag hij hem wel weer, eerst maar naar huis en kijken welke stickers hij nu nieuw had.

De volgende ochtend zag hij geen Sander onderweg naar ‘t schoolplein. Ook niet in de klas. De plek naast hem was leeg. En hij had nog wel een gave nieuwe sticker om te laten zien, precies die ene die Sander zocht. En nu? Waar was hij? Er waren ook andere verzamelaars, maar Sander was toch wel diegene waar hij het meeste kon halen. De meester kwam de klas in en keek rond. Zijn blik bleef stil bij de lege plek. De plek van Sander. “Ehm, kinderen, Sander is er niet. Weet iemand waarom?

Hij zweeg. Zou het iets te maken hebben met die valpartij gisteren? Hij had Sander daarna niet meer gezien. Hij deed zijn laatje open en keek erin. Daar lag die bijzondere sticker, die Garbage Pail Kid die Sander zeker wilde hebben. Hij moest wachten met ruilen. Na school zou hij wel langs huis gaan, ziek of niet. Hij schrok. Sander lag op de bank, zijn arm in het gips. Hij keek, ehm, moeilijk, en wreef over zijn gebroken arm. Ze keken elkaar aan. “Ha.” Dit had hij niet verwacht. Sander had duidelijk nog veel pijn en hij had hem eigenlijk gewoon in de steek gelaten. Voor wat stickers…

Deze verzonnen herinnering hoort bij de reeks Verzinneringen.

Geef een reactie