Eind augustus, tijd voor de hoogmis van het Eindhovense wielrennen: Brabants Mooiste Official. De 10e en (mogelijk) laatste editie. Ik zeg mogelijk, want hoewel de mensen van de organisatie het hebben over de laatste, smaakte ook deze editie weer naar meer.
Dit jaar ging het weer België in, richting het Lageland. Zeg maar de Bermuda driehoek tussen Tilburg, Antwerpen en Hasselt. Eigenlijk gaat er geen snelweg heen. Wel fietspaden. Kwam dat effe mooi uit. Wij en 244 anderen gingen immers op de fiets.






Okee, niet alleen fietspaden maar ook gravelpaden, kasseienstrookjes en paadjes van het kaliber ‘onbekend’. Vorig jaar reed ik nog dapper op mijn oude racefiets met 28mm. Het ging, want ik kwam thuis zonder lekke banden, maar dit jaar toch maar gekozen voor mijn gravelfiets met 40mm rubber met nopjes. De fiets zelf was overigens nog ouder dan mijn Cube, vorig jaar tweedehands gekocht om het gravellen ook maar eens te proberen. Dat bevalt wel. Gewoon rechtdoor blijven gaan waar je racefiets het zand moet ontwijken. Enfin, dat kwam voor deze tocht dus ook prima uit. Op het vlakke asfalt lever je wat in, maar he, de route ging sowieso over Belgische wegen.









Ook nieuw dit jaar: een klein peleton. Ik had naast Geert nog vier mensen weten te overtuigen, al dan niet via via: Michel, Frank, Bas en Gerard-Jan. Dus in plaats van een duo met zes. Dikkere banden, meer gezelschap, dat werd sowieso meer genieten van de route. Zeker met het onverwachts mooie weer. Beetje motregen kort na de start en vervolgens: zon en 23 graden. Goed drinken dus. Niet handig dus dat ik mijn bidons de avond van te voren klaar had gezet, in mijn fietsschoenen notabene, maar vervolgens vergeet in de houders te plaatsen. Dat was gelukkig opgelost met een gewoon flesje met schroefdop (niet heel handig tijdens het fietsen) en een geleende bidon.
De route bracht ons, na vertrek met een worstenbroodje bij het Rozenknopje, snel de stad Eindhoven uit, rapido de grens over. Dit stuk kenden we al. De Brabantse Kempen zijn ook mooi, maar da’s een thuiswedstrijd. Op naar Diest en verder. Stukjes kasseien om even te kijken of alles nog wel vast zat. Tussen appel- en perenboomgaarden door, meewarig aangekeken door de plukkers. Gekke Hollanders.
De lunch was halverwege bij de Vlooybergtoren. De luitjes van Keukenconfessies stonden weer klaar met rijk gevulde tomaten-groentensoep, eieren met spek en een of andere toverdrank. Genoeg calorieën voor de terugweg, want in totaal moesten er 238 km’s worden weggetrapt. En wat kleine klimmetjes. Merk je toch dat elk grammetje scheelt, want met een bidon minder ben je zo boven.


Wat ook helpt, is zo nu en dan een rustpauze. Zeg ik, mede namens de hele groep, als een boer met kiespijn. Een afgebroken kies of iets in die geest, was in het wiel van Gerard-Jan gekropen. Tubeless of niet, het bleef leeg lopen. De eerste binnenband werd geplaatst onder het toeziend ook van Maria bij een heuse Lourdesgrot. Tevergeefs. Ook die ouderwets degelijke binnenband bood geen soelaas. Een tweede ging er ook aan. Wat zal het geweest zijn? Spaak door de velg? Toch echt een kies, half verstopt in het laatste beetje latex?






Op een dik 50 km voor de finish moest hij helaas de handdoek in de ring gooien. Of helaas, dat laatste stuk was vlammen langs kanalen richting Eindhoven. Michel trok de gashendel open. Niks gezellig twee-aan-twee maar een lang lint. Nooit geweten dat die zware Scott van mij ook langdurig over de 35 kon. Door de vertraging met de vijfvoudige lekke band zagen we nog net Jeroen wegrijden met zijn bakfietsbrommer. Het biertje moest wachten tot bij de finish, bij de Vrijstaat in Eindhoven. Man, want smaakte die lekker…

