Terugblik VSC-Ledendag 2019: Diversiteit en inclusie in de praktijk

Op 5 november 2019 vond de VSC-ledendag 2019 plaats. De VSC (Sectororganisatie van wetenschapsmusea en science centers) en haar leden waar te gast bij Rijksmuseum Boerhaave in leiden. Vanuit Continium discovery center sloot ik aan bij deze bijeenkomst. Een korte terugblik met de belangrijkste leerpunten.

 “Als je nieuwe mensen binnen wilt krijgen die de deur niet kunnen vinden, moet je nieuwe deuren bouwen”.

Nina Simon

Met dat citaat starte Annelore Scholten, hoofd Publiek en Presentatie van Boerhaave, de ledendag. Een passend citaat, want het thema van de dag: ,,Diversiteit en inclusie in de praktijk”. Met een keynote & verschillende sessies waarin musea ervaringen deelden of een korte workshop werden de VSC leden (verder) meegenomen om de science centra meer en meer van & voor iedereen te maken.

Keynote Museum of London

De hoofdpresentatie werd gegeven door Sharon Ament, directeur van het Museum of London. Een groot museum in een miljoenenstad vol verschillende culturen. Waar begin je? of beter gezegd, waar eindig je?

Sharon Ament licht de missie van het Museum of London toe: We are here to enrich the understanding and appreciation of London and all it’s people – past, present, futur.

Haar eerste boodschap was dan ook: Inclusiviteit is nooit af.
Ook al is soms gewoon ontzettend moeilijk… dat is geen excuus om er niets aan te doen. Het is simpelweg verplicht voor je als museum, alleen al omdat je waarde moet teruggeven aan het hele publiek dat via belasting ook voor je betaalt.

Waar start je? Kijk eerst eens naar je directe omgeving om te zien waar je aan moet en kan werken of aan kunt denken:

  • Start bij de analyse. Bekijk bijvoorbeeld de demografische gegevens. Komen alle groepen terug in je organisatie? Zo nee: werk daarnaartoe. En durf harde keuzes te maken die je dwingen om diverser te worden.
    Sharon gaf aan dat haar organisatie bijvoorbeeld had gekozen om de werving van personeel via headhunter te laten verlopen, met als opdracht alleen vrouwen aan te dragen. De gedachte: Als je geen mannelijke sollicitanten binnen krijgt, kun je ze ook niet kiezen.
  • Kijk ook naar het doen en laten in je omgeving. Als die, zoals in Londen, 24 uur per dag doorgaat, waarom sluit je de deuren dan om klokslag vijf uur?
  • Denk na over wie je bent. Van missie tot positionering. Dat is bekend neem ik aan, zeker bij marketing & communicatie. Maar maak dan vervolgens ook de stap naar gewenst gedrag. En betrek je (gewenste) doelgroepen hierin.
    Let op: beweer je creatief te zijn, dan moet dat zich dus ook al hierin uiten. Dus geen sessie op kantoor, maar in een andere ruimte. Bijvoorbeeld ook op locatie.

Sharon gaf vervolgens nog enkele voorbeelden hoe haar organisatie dit verder had aangepakt. Twee licht ik er even uit:

  • Plaats museumactiviteiten buiten het museum. Volgens haar was het heel wonderlijk om te zien hoe een festival in de stad vanzelf divers werd. Omdat daar de mensen zijn die normaal niet in je museum komen.
  • Denk na over diversiteit in je campagnemateriaal: wees daarin ook radicaal. Ga niet voor de veilige keuze van een wit & gekleurd gezin, maar kies alleen gekleurd. De reguliere museumbezoeker weet toch wel dat hij welkom is: zo maak je expliciet dat anderen ook welkom zijn.

Vijf pijlers

Het vervolg van de dag bestond uit een lunch (omnomnom) en zeven deelsessies verdeeld over drie tijdslots. Ikzelf sloot aan bij de sessies:

  • Over samenwerken met cross-culturele doelgroepen met presentaties van Rijksmuseum Boerhaave, Maritiem Museum Rotterdam en Ontdekstation 013,
  • Over toegankelijk programmeren voor specifieke doelgroepen met presentaties van Museum Speelklok, Naturalis en Natura Docet Wonderryck Twente over hun programma’s voor mensen met dementie, een visuele beperking en autisme.
  • De laatste sessie was voor mij een workshop toegankelijkheid: Bezoekersreis of reisorganisatie?

Hieronder zijn de belangrijkste leerpunten verzameld. Ze lopen uiteen van fysieke toegankelijkheid (de workshop toegankelijkheid was echt een eyeopener!) tot betrekken van nieuwe, andere doelgroepen. Ze staan niet per museum (ook om het anoniem te houden) of sessie verzameld, maar zijn samengevat in deze vier… vijf paragrafen:

  • Personeel
  • Strategie
  • Toegankelijkheid
  • Partners
  • Ouders en familie

Personeel

Personeel is een groot aandachtspunt. Noem het gastvrijheid ipv inclusiviteit, maar hoe dan ook, er moet iets mee gedaan worden. Er is vaak een cultuuromslag nodig.

Museum Speelklok.
  • Voor veel musea is inclusiviteit nieuw. En dat maakt het spannend, want we gaan iets doen waar we (nog) niet goed in zijn. Misschien slechts koudwatervrees, maar hou er rekening mee dat niet alle medewerkers hier direct voor open staan.
  • Ook in uitingen moet het roer om. In de presentatie van Sharon Ament kwam het al voorbij: veel promotiemateriaal heeft nu nog weinig diversiteit in zich.
  • Let op dat projecten voor diversiteit en inclusie echt van een zo groot mogelijke groep zijn. Als er slechts een iemand echt in connectie staat met doelgroepen in je omgeving: stop er gewoon mee. Er moet eerst iets gedaan worden aan het personeelsbestand.
  • Ga je werken aan toegankelijkheid voor blinden/slechtzienden? Uiteraard moet er ook veel aandacht zijn voor de veiligheid in het museumgebouw, maar ook medewerkers moeten dit ervaren en rondleiders echt geïnstrueerd. Het liefste zet je dit op samen met de doelgroep zelf. Er zijn genoeg belangenverenigingen die hierbij willen helpen. (Lees ook het verslag van de bijeenkomst bij Dedicon)
  • Vergeet ook niet te trainen in gesprekstechnieken. Zoiets als open vragen stellen wordt snel vergeten, maar ook non-verbaal heeft veel impact.
  • Zie het museum als reisorganisatie: denk na over de contactmomenten waar je een bezoeker vooruit kunt helpen. Sommige zaken, bv locatie lift, zijn nu eenmaal niet makkelijk aan te passen. En dat is ook niet erg: persoonlijk contact en gastvrijheid doet wonderen. 

Strategie:

Naast de inspiratie uit de keynote kwamen in de verschillende sessies ook andere punten naar voren om over na te denken:

  • Hoe maak je van een project van een, twee, misschien zelfs drie jaar waar meestal als project wel geld voor is, iets structureels? Dat is voor veel musea een terugkomende vraag… En is het dat geld waard, als het ineens uit het vaste budget gaat? Is elk project wel passend bij de rol van het museum? Er gaat veel geld naar een erg kleine groep. Hoe groot de (politieke) druk ook is…
  • Hoe vaak moet je iets speciaals doen voor een select publiek, en moet je dat dan afschermen voor anderen? Als voorbeeld: een prikkelarme avondopenstelling. Gaan de deuren dan alleen open voor personen met geregistreerd autisme? Of toch voor iedereen die er prijs op stelt? En kun je zo’n special ook doen op normale tijden en dan de reguliere bezoekers weren?
  • Ook subsidieverleners en fondsen moeten vaak nog meegenomen worden in de strategie. Voor hen telt vaak alleen een betalende bezoeker, die ook nog eens ín het museum komt, als indicator voor succes. En wordt er niet gelet op de verdere sociale impact of verspreiding van de boodschap van (wissel)expositie of project.

Toegankelijkheid:

Mindervaliden zijn ook een specifieke doelgroep, die ook nog eens dwars door andere bekende doelgroepen heen verweven zit. Blijvende aandacht is zeker nodig voor de inrichting van een museum:

  • Slechtzienden: denk voor hen na over de juiste verlichting en zorg vooral voor contrast. Ook simpele dingen: Zwaai vanaf de ontvangstbalie naar mensen die binnenkomen. Zienden weten dan meteen waar ze moeten zijn, maar slechtzienden voelen zich dan meer dan welkom. Reputatie komt te voet…
  • Slechtziend & blind: veel geluid is voor deze groepen verwarrend. Een audiogids op de website is hierin ook een oplossing: hierin staat omschreven wat er binnen een expositie gebeurt en wat waar te vinden is. Men wordt zo niet verrast wordt door de mengeling van geluiden en weet vooraf al bijvoorbeeld waar de kassa ongeveer is.
  • Slechtziend & blind: Voor deze groep is andere manier van beschrijven van objecten nodig. Zij bouwen een geheel op vanuit details. En niet zoals zienden door eerst een overzicht tot zich te nemen. (Zie ook Dedicon)
  • Doof: Doven hebben vaak ook een probleem met taalvaardigheid. Moeilijke woorden en lange zinnen zijn voor hen lastig. Let dus op bij tekstbordjes of instructies in de expositie of bij binnenkomst.
  • Belangrijk: een sociale benadering van beperking geeft richting: Een persoon is niet beperkt, maar kan zich beperkt voelen door een slecht ingerichte omgeving.
  • Geur… Wordt vaak vergeten, maar zijn ook van groot belang.

Partners:

Veel projecten ontstaan door samenwerking met andere partijen, bijvoorbeeld specials voor jongeren. Hier noem ik wel enkele voorbeelden bij naam, klik door voor meer informatie.

  • Boerhaave heeft samenwerking met JES Rijnland: particulier initiatief voor jongeren met migratie achtergrond voor een zondagsschool. Boerhaave biedt een groep kinderen de ruimte aan, en heeft een tweede wisselexpo samen met de jongeren gebouwd.

Ouders & familie:

Omgeving is belangrijk. Zeker bij kinderen moeten ouders ook meegenomen worden in het verhaal. Eigenlijk vallen ze onder partners, maar verdienen een eigen paragraaf.

Presentatie Naturalis.
  • Diversiteit is ook binnen halen van een makkelijke doelgroep die jou nog niet kent. Het hoeft niet altijd meteen de moeilijkste groep te zijn. Denk bijvoorbeeld aan families van mensen met autisme. Een grote groep, die makkelijk via NVA bereikt kan worden.
    Tips: zorg uiteraard voor een prikkelarme avond als dat kan, maar zorg ook voor een rustruimte. Ook al wordt deze waarschijnlijk niet gebruikt, het idee van de mogelijkheid is vaak al afdoende.
    Geef veel informatie over het museum, van activiteiten tot plattegrond, vooraf en zorg voor duidelijke instructies. Ook voor eigen persooneel.
  • Families moeten wel speciaal uitgenodigd worden. Als een kind door een (school)project al kind aan huis is… is zijn familie dat nog niet. En juist bij nieuwe doelgroepen is een museumbezoek nog niet echt gebruikelijk. Reken je dus ook weer niet te rijk.
  • Iemand met een beperking gaat vaak samen op stap, met mantelzorg of begeleider. Zorg dat die ook wat te doen heeft…

Wat vond je van dit bericht?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.