Na de Trois Ballons in 2024, de Dolomieten in 2025, mocht ik dit jaar weer met de Fietsvrienden mee naar het buitenland: de Pyreneeën. Lourdes om precies te zijn voor de Gran Fondo Lourdes Tourmalet. Een flinke tocht van 157 km, met een 4000 hoogtemeters. Niet alleen dankzij die Col de Tourmalet, die je 17 km laat klimmen, maar vooraf met de Aspin en nog wat kleine bultjes in de 75 km tot de voet van die Aspin.


Enfin, eerst de reis naar Lourdes toe. Dit jaar met een elektrische voiture, voorzien van groene stroom. De laadpunten waren hetzelfde als voor alle andere machines, alleen de afrekening dus anders. Dat ging eigenlijk wel prima. Even rekening houden met de langere stops, maar met een flinke bak pastasalade en drinken kwamen we die stops wel door. Telkens een kleine 300 km rijden, Google Maps checken voor beschikbaarheid van laadpalen en een half uur in de zon liggen. Kost dus wel iets meer tijd, maar eigenlijk kom je wel een stuk fitter aan op de bestemming. Dat werd wel nog een tussenstop in Niort. Een mooi plaatsje hoor. Er was ijs. En een hotel. Om te slapen. En pasta te eten. Met gezellige beer bij de entree.








’s Ochtends om 6 uur klaar voor het tweede deel van de trip. Het is toch anders rijden, met twee mannen in een auto, zonder kinderen, eega en de hond. En ineens waren ze daar, de bergen.

Eerst een stop in Lourdes om de startbewijzen vast op te halen. Heel het dorp was al uitgelopen, zo leek het, om die idioten te zien die met 30 graden weer de berg op gingen fietsen. Wel leuk dat ze mijn naam op een bord hadden gezet.




Aangekomen in het huisje was de rest van de bende al geïnstalleerd. Sterker nog, al even op weg om de beentjes even op spanning te zetten. Boodschappen waren daarbij nog even vergeten, dus…. de rest van de pastasalade. Tot mijn neus gevuld met koolhydraten op tijd naar bed, want de volgende dag was de start al.



Een 2000 renners stonden klaar bij de meet, klaar voor een rustige start. Alhoewel, een aantal. We waren uiteraard net op tijd met nog wat plasmomenten en de route van het huisje naar de start. Het had ook wel wat, eerst heel veel mensen inhalen, maar wellicht was het toch beter geweest op de helft van de massa te starten. Het is niet dat we een podiumplek verwachtten, maar beetje doortrappen en in eigen tempo bergop kunnen rijden, dat was toch wel lekker.
Na een 25 km kwam namelijk de eerste kleine klim (voor lokale begrippen) van een paar honderd meter, met een stukje tegen de 13% in een bocht. Dat soort werk. Daar bleken al een boel mensen van links naar rechts over de weg te zwalken. Als je dan al zo diep in je reserves zit, veel plezier nog. Gelukkig konden we met wat Franse termen (Á gauche! á droite!) ongeschonden bovenkomen. Daar was de massa al wat opgebroken in meerdere groepjes, en kwamen Geert, Teun en ik bij elkaar in het wiel. Even 75 km warmtrappen tot de voet van de Aspin waar de bidons konden worden bijgevuld. Of beter gezegd, werden bijgevuld. Want men wilde dat graag voor iedereen doen. Service. Dan maar even een momentje rust pakken. Misschien was deze aanpak van de organisatie om te voorkomen dat de flessen bronwater werden gepakt om over het hoofd te gieten, want het was al behoorlijk warm. Die dag zou het in het dal naar de 32 graden gaan en dat viel te merken. Kruipend omhoog naar de top van de Aspin was het nog te doen, maar de Tourmalet zou echt tegen het middaguur aan de beurt zijn.


Onderaan de Tourmalet was weer een stop en dat was inderdaad nodig. Warm. Zelfs na de afdaling van de Aspin, over wat smalle straten, was het niet verkeerd om even in de schaduw te blijven. Enfin, een bidon, een banaan en wat gewouwehoer later klaar voor de killer omhoog. Een magere 17 km lang asfalt in de brandende zon, ruim 7% gemiddeld. Een percentage wat nog ietwat geflatteerd is, want de eerste 4 km zijn nog geen 4% gemiddeld, en die missende percentages krijg je tegen het einde om de oren. Met het slot van 4 km tegen de 10% ellende. Zit je echt op te wachten.
Wij ook. Letterlijk. Toch maar even gestopt op 4 km onder de top bij de horeca aldaar om water te tanken en even in de schaduw af te koelen. De hartslag schoot weer omlaag en daarna ging het weer vlot omhoog. Goede keuze dus. En wat een beloning, daarboven. Daarna weer naar beneden! Bovenop was het een graad of 22, op dus 2000 meters hoogte. Elke 100 meter naar beneden neemt de temperatuur met een graad toe, dus tel uit je winst…




Afdalen is niet mijn sterkste punt, het klimmen zelf gaat me echt beter af. Dat is dan ook lastig oefenen, hier in Nederland of op Zwift. Enfin, heelhuids beneden komen is ook wat waard en gelukkig lag ik niet echt veel achter op de fietsmaatjes en vonden ze het de moeite om na het steilste stuk te wachten. De temperatuur was tijdens het dalen al flink toegenomen, met zo nu en dan een ware föhnwind die je raakte.
Klaar voor de laatste 30 km trappen naar de finish, waar we onderweg nog wat luie Italianen oppikten die echt geen enkele beurt op kop deden. Tot de laatste paar km en we ze maar lieten gaan. Nog even gewoon genieten onderweg. Uiteindelijke resultaat: iets meer dan 7 uur over gedaan zonder de pauzes, totaal iets van 8 1/2 uur onderweg.

Col d’Aubisque en Hautacam
The day after…. gewoon weer de fiets op. De beste manier om een trauma te verwerken toch? Deze keer de Aubisque op. De berg bekend van de verhalen van de Nederlandse renner die het ravijn in vloog en er met 40 aan elkaar geknoopte banden uit getakeld werd. Dat was ik overigens niet van plan, iets rustiger aan na de trip van de dag eerder. De warmte had echt wel wat kruim gekost. Maar wat een mooie tocht, na een eerste col langs de bergwand verder, tot de stop met drie grote fietsen.







De derde dag als toetje: de Hautacam, ook bekend als de col de Tramassel. Die was vlakbij ons huisje, dus lekker vroeg van start. Ook wat frisser, eindelijk, met zelfs nog wat mist en een wolkendekje. Maar wat een ploert. Net geen 8% gemiddeld, maar vooral erg wisselend in percentages, met stukjes van 14%. Lekker, na twee dagen klimmen. Geert ging net wat rapper voor me uit, maar hij moest ook wel. Zijn derailleur had een tikje gehad en het lichtste verzet was onbereikbaar. Halverwege verdween hij dan ook bij een bochtje net uit zicht, om even later weer in beeld te komen. Lekker motiverend om iemand een paar meter voor een haarspeldbocht boven je te horen hijgen.
Of waren dat toch die wilde paarden die ineens aan gedenderd kwamen. Met een veulen Het zijn natuurlijk geen beren, maar ik stopte toch maar even. Geen idee wat die beesten doen met een jonkie erbij. Nu was ik wel blij met de grilligheid van de klim, want het was gelukkig net op een iets vlakker stuk, zodat ik ook weer goed kon opstappen.





Die middag nog begon de terugweg. Onderweg weer een stop in Niort, nu wisten we immers daar toch de weg. En maar goed ook, want de volgende dag, het tweede deel van de terugreis, ging wat minder soepel door Parijs. Wel mooi, om nog even de Notre Dame te zien (okee, AI). Met hét moment van de trip: een vrachtwagen vol gele auto’s! Voor de kenners.



