Mijn eerste keer Ameland

De meivakantie viel vroeg dit jaar. En nar twee jaar corona was een weekje weg zonder beperkingen uiterst welkom. Zonder beperkingen? Nouja, we werden beperkt door de randen van een eiland, want voor het eerst in mijn leven bezocht ik een van de waddeneilanden: Ameland. De laatste plek op de veerboot van vrijdagavond was voor onze volgeladen voiture en voila: klaar voor een week rust.

Met de auto op de veerboot

Vanaf Eindhoven viel het eigenlijk nog wel mee, de reis naar het Noorden van het land. Alleen bij Zwolle wat vertraging door wegwerkzaamheden. Dat bracht ook wel wat vakantiegevoel met met zich mee: dwars door de dorpjes. Het was alleen niet even warm als in de Provence. Het laatste stuk in Friesland richting Leeuwarden en vanaf daar naar de veerboot was helemaal rust.

Hoewel het wachten op de opstelplaats wat saai is – je staat een half uur achter hekken op een parkeerplaats. Je kunt wel naar wat horeca of de toilet, maar voor de hond is het zoeken naar een graspolletje – gaat de tijd rap. Rechts van je al de kwelders van het wad. En uiteraard de strijd wie als eerste de veerboot ziet naderen.

Aangekomen op Ameland: meteen de zonsondergang

De 50 minuten overtocht gaat daarna ook snel voorbij. Bijna écht op vakantie. Zeker met helder weer en dus uitzicht: Want wat hadden we een mooie week. Het was vroeg in het jaar, dus de kans op regen of kou was hoog. Maar niets daarvan. De hele week zon, met zo nu en dan een wolkje om te zorgen voor een mooie zonsondergang.

Koud? Ja en nee. Met 10 tot 14 graden op papier wel, maar met die zon en uit de wind? Prima te doen. Dat er in het huisje ook een kleine sauna zat, dat droeg vast ook bij. Toch wel lekker, om de tenen op te warmen.

Wind was er vooral op de eerste twee, drie dagen. Windkracht zes zelfs. Maar er moest gefietst worden! Voor de diva’s waren er ebikes, maar de eigen mountainbike was ook mee. Hoewel er geen trails waren, toch genoeg gefietst over de gravel. Van oost naar west en weer terug.

Op de tweede dag kostte dat heen naar oost vooral veel moeite, vol tegen de wind in. Terug ging een stuk sneller, met zelfs een top 10 positie in Strava tot gevolg. Op de MTB. Jawel. De route was eenvoudig: een golvend fietspad langs de noordkant van het eiland. Ten Noordwesten zag je eigenlijk altijd in de verte het booreiland, naar het Oosten de vuurtoren.

De vuurtoren van Ameland

Bezoek en klim verplicht, als je er dan toch bent: de vuurtoren aan de Oostkant van Ameland. Een ranke gietijzeren gevaarte.

We lazen dat vooraf tickets kopen aanbevolen werd, maar ondanks ramvolle veerboten merkten wij niets van de drukte. Niemand anders op dat moment op de trappen van de vuurtoren. Ook in de twee bezochte beachclubs was er gewoon plek. Daar was het, beschut voor de wind en met uitzicht op het strand en zonsondergang, gezellig druk.

En ook een prima plek voor ons, als bourgondische Brabander. Porties prima, en ook smaakvol. Of andersom, als ik je daarmee beter kan raken. Speciale vermelding voor Eetcafe de Boerderij in Ballum – bestel als toetje ‘Lekker op de trekker’. Niet opzoeken op de kaart, gewoon doen – en natuurlijk de likeur van Nobel. Elk vakantieland kent zijn eigen bocht, maar hiervan mocht een fles mee naar huis. Prima bij de koffie, liefst met slagroom. We hebben ook maar de gok gewaagd om ook een fles Nobel Gin mee te nemen…

Het strand

Tja, strand was er genoeg. Aan de zuidkant niet, daar waren de wadden. Ook leuk om – met gids – doorheen te banjeren. Aan de noord- en oostkant wel. En hoe: ontzettend breed. Vanwege de stevige wind uit het noordoosten lag het er strak bij. Slechts een enkeling waagde zich in het water, op de vogels na.

Zoals je ziet was het naast mooi weer, ook rustig. Ondanks de volle veerboten prima te doen. We konden dus lekker de toerist uithangen, zonder haast of gedoe. Buiten de MTB-trip gewoon lui snorren over de gravelpaden tussen Hollum, Ballum, Nes en Buren. Een paar winkeltjes en vooral genoeg horeca. Want bij vakantie hoort… ijs.

Natuurcentrum Ameland

En daar ook een bezoek aan de lokale musea bij. Zoals het Natuurcentrum van Ameland bij. Hier een aquarium en wat kleine bakken, een expositie over de natuur op en rond het eiland en de wadden. En naast een uitkijktoren ook een blotevoetenpad. Of blotevoetenvijver. Want naast de stappen over hout, gras en grind, ook waden door het water en klei. Heerlijk.

Maar wie nog het meeste genoot? Billy natuurlijk. Eigenlijk overal welkom op het eiland, en met al die ruimte en al dat zand….

Bonus: de hunebedden bij Steenwijk & Meppel

Veel te kort, zo’n week. En dus nog even rekken door op de terugweg langs een van de hunebedden te rijden. 43 jaar en voor het eerst de keien aangeraakt. Even dacht ik nog, daar mag je toch niet zomaar op klimmen? Maar vijf minuten later was die vrees weg doordat er een hele kleuterklas los ging. Oja, het bezoek aan de bomkrater was ook indrukwekkend.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.