Winterverhaal: Thuis in de trein

Spoor bij Tongelre

Het verre geknars van treinwielen doorbrak de stilte op het perron. Tussen twee koffers stond een jonge vrouw, ineengedoken. De kou vormde rode plekken op haar wangen. Af en toe keek ze ongeduldig om zich heen, angstig bijna. Langzaam kwam de binnenkomende trein tot stilstand, deuren gingen open en enkele haastige voeten lieten lichte afdrukken na in de dunne witte laag op de perrontegels. De vrouw tilde haar koffers op en stapte in.

De trein zat halfvol, de ramen waren aangeslagen, de vloer was nat van de gesmolten sneeuw. Ze zocht een bankje voor haarzelf alleen, maar overal zat iemand. Ze keek rond, geen zin om naast een viespeuk te komen te zitten. Dan liever daar, langs dat meisje met die roze oorwarmers op. Ze zag dat de witte draadjes van een koptelefoon lopen. Misschien wat herrie, maar in elk geval geen gesprek. Die zouden er deze kerst nog genoeg komen, haar ouders waren het niet zo eens met haar leventje in de grote stad.

(Geschreven voor een wedstrijd van eReaders.nl)

Terwijl ze haar koffers tussen de banken schoof, vertrok de trein. Langzaam reden ze weg, met links de oude fabrieken waar nu veel kleine bedrijfjes zaten. Een hoge schoorsteen stond eenzaam en alleen tussen de auto’s. Alsof zijn laatste rook als sneeuw was neergedwarreld op de omgeving. De wereld was veranderd en zij wilde mee, maar haar verleden trok haar nog steeds terug. Wat moest ze ook zonder?

De trein stopte plots. Het meisje naast haar keek versuft op, de andere passagiers begonnen onrustig te worden. Het was een van de laatste treinen op kerstavond, als deze niet meer reed? De vrouw voelde rillingen over haar rug. Ze wilde naar haar oude woonplaats, maar toch ook niet. Maar nu ze eenmaal op weg was…

Hier en daar belde iemand. Wat geroezemoes, en de vrouw voelde het ongeduld van haar en de andere passagiers. Zou de trein nog in beweging komen? Het meisje naast haar keek haar even aan en zuchtte. Ze mompelde wat, maar de vrouw kon het niet verstaan: een stem klonk door de intercom. De boodschap ontging haar, maar ze maakte uit de reacties om haar heen op dat de trein niet meer vooruit zou komen.

Ze sloot haar ogen en liet haar hoofd tegen de bank vallen. Ze hoopte deze kerst op gezelligheid. De warmte die ze het hele jaar al miste om haar heen. Ze woonde mooi, midden in het centrum, maar zoals zo vaak in de stad voelde ze zich alleen. Op stap kwam ze wel mensen tegen, uiteraard. Dat was een paar keer per maand op zaterdag. De rest van de week was het echter leeg in haar hart.

Het meisje naast haar tikte haar aan. De vrouw deed net of ze het negeerde. Hier had ze geen zin in, niet nu, geen vaag gesprek. Het meisje naast haar draaide zich verder naar haar toe en begon vragen te stellen. Geen gekke vragen, gewoon, de ongemakkelijke vragen om een eerste contact te maken en het ijs te breken. Waar kom je vandaan, wat doe je, waar ga je heen?

De vrouw gaf kort antwoord, maar zelfs dat spoorde het meisje alleen maar aan. Ze begon te vertellen over haar reden voor de treinreis. Ze woonde ook in het centrum, en had de vrouw wel eens zien worstelen met de parkeerautomaat. De vrouw wist het nog goed. Rotding. Kleingeld op, gedoe met een pasje en achter haar nog anderen die ook wilden betalen. Ze voelde de blikken nog in haar rug.

Misschien kwam het door die gedachte, maar ze voelde zich raar, ongemakkelijk. Het meisje vertelde haar zo open wat ze zag en deed, terwijl ze haar niet eens kende. Nog nooit gezien! Ze kon dit gevoel niet precies plaatsen. Alsof dit geen toeval was. Op kerstavond, onbekenden om je heen, vast in de vrieskou. Ze dacht aan het meisje met de zwavelstokjes en andere kerstverhalen. Altijd moest er een arm kind doodvriezen, om ons op onze luxe te wijzen. Niemand uit de drukke stad die dat kind hielp, terwijl het zo makkelijk kon.

Zat er een ander thema in verborgen? Eenzaamheid? Omdat we zelf bang zijn iets bloot te geven? Daar had het meisje naast haar in elk geval geen last van. Ze begon het eigenlijk wel gezellig te vinden. Ze vroeg het meisje waar ze precies vandaan kwam. Dat bleek echt bij haar om de hoek! Ze vergat de kou in de trein, dacht even niet meer aan de verre reis die eigenlijk nog voor de boeg stond.

Plots stond er een man van rond de 50 naast de twee. Hoed, stropdas, de geur van Old Spice. Hij excuseerde zich eerst. Niet voor de geur, maar voor het meeluisteren. Hij had gehoord dat ze ook in zijn buurt woonden en nam plaats aan de andere kant van het gangpad. Hij luisterde en vertelde, vroeg en beantwoorde. Alledrie hadden ze mooie verhalen en mooie vragen. Over hun huisje in de stad, over werk, over hun leven, zo verschillend, zo gelijk.

Het meisje maakte een opmerking over de geur van de man, die er gelukkig om moest lachen. Die geur had een speciale reden, en hij gebruikte het alleen op kerstavond. Het deed hem denken aan zijn opa. Het meisje kreeg blosjes op haar wangen en had spijt van haar opmerking. De man lachte en gaf haar een knipoog ter geruststelling, maar voordat hij wat kon zeggen klonk er een ruis door de intercom met een slecht bericht.

De trein zou weer teruggaan naar het station, alles lag plat door de sneeuw. De vrouw, het meisje en de man keken elkaar aan, alledrie met dezelfde gedachten die niemand uit durfde te spreken. Dit was wat de vrouw miste. Dit was waarom de man die geur droeg. Dit was waarom het meisje op pad was naar haar ouderlijk huis. En nu hadden ze het gevonden, dichtbij huis. Drie verschillende mensen, eenzaam in de drukte van de stad.

Tot deze kerstavond.

Lees ook:

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.